07 maart 2008

Te gast op de Hartbeat!

Een bijdrage van Anke, de zus van Annemieke, en met Paul-Joop van 24 februari tot en met 1 maart gast op de Hartbeat.

Miek had een goed idee: de volgende entry op het weblog is voor jou. Nou, hierbij dan.

Na een lange vlucht, met veel overstappen, arriveren we op zondagmiddag in wonderschoon Dominica. Het enige eiland dat Columbus nog zou herkennen, naar men zegt. Wat ze hiermee bedoelen is dat er eigenlijk nooit veel bijzonders is gebeurd op Dominica, en dat het dus prettig onontwikkeld en onbedorven is. Er is nauwelijks criminaliteit en zelfs nauwelijks wetgeving.

We ondergaan een wat surrealistische ervaring als de taxi ons afzet voor een krottig hutje, wij vervolgens onze tassen-op-wieltjes door het zand richting zee trekken, en op de steiger van "Big Papa's restaurant" per mobiel de Hartbeat aanroepen. Joehoe, we zijn er.

Het weerzien met Miek is emotioneel; geheel volgens verwachting, constateert Robin tevreden.

De Hartbeat ligt in een prachtige baai. Een bizarre mix van nauurschoon, rustieke strandtentjes en oude scheepswrakken.


Op maandag varen we een riviertje op. 1 van de 365 rivieren die Dominica claimt te bezitten. Onze gids is Albert. Hij is bijzonder trots op zijn land, en zit goed in de cijfers. Hij weet zelfs hoeveel boomsoorten er zijn op het eiland, en welke soort waar voor geschikt is.
Albert roeit ons met zichtbaar genoegen door een prachtig regenwoud. Het beloofde lunchhutje -welk bestaan wij op voorhand behoorlijk in twijfel trokken - serveert een heerlijke vis-curry en maakt de trip helemaal af.


Dinsdag is het mijn verjaardag! Deze dag staat een tour over het eiland op het programma, maar eerst moet de kreeftenkooi van Jan in positie worden gebracht. Dit stukje huisnijverheid heeft tot Jan zijn grote verdriet tot dusver nog geen kreeft weten te verleiden. Maar wellicht dat Albert daar verandering in kan brengen. Albert is De Albert van "Albert Shore Service". Een fanatiek ondernemer die de Hartbeat al voor ze de hoek van de baai om waren kwam begroeten met zijn kaartje. "If you want anything in Dominica, call Albert". Dus vaart Albert ons voor elk wissewasje op en neer en rekent hij daar flink voor. Geef Albert eens ongelijk.
Via het netwerk van Albert hebben wij Amon - een rustig rijdende gids - gevonden, die ons meeneemt langs de highlights van de noordelijke helft van het eiland. Waaronder een flink aantal sites van de "Pirates of the Carribean". Amon heeft geassisteerd bij de opnames en weet desgevraagd te melden dat Johnny Depp inderdaad erg cool is.

Na een fantasieloze lunch in een Canadese snackbar (hoe verzin je het!) zet Amon koers naar het midden van het eiland voor een wandeling naar, en een duik in de Emerald Pool. Die helaas wat minder Emerald is dan op de ansichtkaarten, aangezien het inmiddels giet van de regen. Dat mag de pret niet drukken en in zwemkledij wandelen wij naar de waterval. Voordeel van het weer is dat de rest van de toeristen afhaakt en wij de pool voor onszelf hebben.
Wij houden namelijk eigenlijk niet van toeristen, leggen we terug in de warme auto uit aan Amon. Amon vindt het maar een vreemd verhaal. Maar jullie zijn toch zelf toeristen? Nou... nee, nou ja, ander soort toeristen... laat ook eigenlijk maar.
Prachtig dampend Dominica. Nog nooit zo'n vruchtbaar land gezien. Zelfs op de roestende schepen in de baai groeien struiken.
's Avonds vieren we mijn verjaardag in Big Papa's restaurant. Een bamboe strandtentje met heerlijk eten. Wegens de drukte staat ons tafeltje op het zand. Helemaal goed. Zand tussen je tenen en champagne op tafel.

De volgende dag gaan we snorkelen, onder leiding van Albert. Hij brengt ons naar een prachtige plek, die zowel geschikt is voor Miek, Robin en Pieter om te duiken, als voor Paul-Joop, Elske en ondergetekende om te snorkelen. Jan blijft op de boot om Imme een dutje te kunnen laten doen.
Het snorkelen is prachtig. Het was voor ons de eerste keer en smaakt naar meer.

's Middags zetten we koers naar Iles de Saints. We werpen een laatste blik op Dominica en maken ons op voor een tochtje van een paar uur. Het waait lekker en we zijn onder de indruk van het gemak waarmee de Hartbeat door de golven gaat. Voor Paul-Joop is dit zijn eerste zeezeiltocht, en hij ondergaat zijn maiden-trip uitstekend. Ik constateer tevreden dat mijn soms-tot-vervelens-toe aangehaalde aanleg voor zeeziekte, ergens in de afgelopen 20 jaar is verdwenen. We gaan behoorlijk op en neer, maar ik heb echt nergens last van.


Iles de Saints is enig. Heel anders dan Dominica. Frans om te beginnen, dus we betalen weer gewoon met onze euro's. Verder is het behoorlijk ontwikkeld maar wel op een gezellig rommelige manier. Minder prachtig, maar precies goed voor een vrolijk middagje shoppen voorafgegaan door een lekkere lunch op het strand.

Paul-Joop en ik doen ook nog een beetje wat we normaal altijd doen op vakantie: een berg op- en aflopen. Het mag geen naam hebben, maar is wel leuk. We klimmen naar het Napeolonitische fort, en vanwege de brandende tropenzon, is dat nog best een stoere onderneming. Wij zijn dan ook de enige toeri's die dit doen: de rest laat zich met de taxi naar bovenbrengen of tuft omhoog met een scooter.
Het fort is leuk om te bezoeken, en de weg er naar toe beloont ons met prachtige uitzichten over de baai.
's Middags lopen we met de familie langs een braakliggend landje en spotten we een hele troep leguanen! In eerste instantie trek ik bliksemsnel mijn camera om van grote afstand een foto te maken, maar de beesten zijn zo mak als wat en laten zich gehoorzaam van alle kanten fotograferen...
Aan het eind van de middag varen we naar Guadeloupe. Een nog iets ruigere tocht met een behoorlijke zeegang. Maar, ook nu geen problemen voor de opstappers. We zijn dankzij de 9 knopen die de Hartbeat kan lopen met dit weer, net voor pikkedonker in de haven.
Guadeloupe is misschien heel mooi, maar de haven is dat niet. Containerkranen en gebouwen die te treurig zijn om te beschrijven. Snel vergeten maar!

De volgende dag vertrekken we met gemengde gevoelens weer richting Nederland. We kijken enorm uit naar de hereniging met onze kids, maar kunnen ons nog even helemaal niets voorstellen bij maart-in-Holland. Maar ook dat is inmiddels weer gewoon, en wat rest is de herinnering aan een heerlijke week bij Miek en Jan en hun fantastische 4-tal.

22 februari 2008

Kerst in februari...

Toen we na onze oversteek in St. Lucia aankwamen dacht ik dat iedereen ons vergeten was. Niemand had ons post gestuurd. Tot op de dag van ons vertrek was er niets bezorgd. Nu twee maanden later werd er ineens een stapel brieven en kaarten bij ons schip gebracht. De post had er gewoon "iets" langer over gedaan. "No worrie man…"

Dankzij een paar vette regenbuien met een behoorlijke hoeveelheid wind werd het toch ineens kerst op de Hartbeat, maar dan in februari. Hartelijk dank lieve allemaal.

PS Heb wat extra foto's toegevoegd, dus kijk ook even bij de 'oude' berichten...

Hieperdepiep V voor Miek


Op mijn verjaardag 18 februari word ik verwend met veel lokale cadeau’s en de traditionele tekeningen regen van de kinderen. We ontbijten in Basils bar en huren een mule om het eiland te verkennen. Een mule is een extended version van een golf car, deze versieren we met vlaggetjes en klaar is mijn verjaardag vervoermiddel. Op Macaroni beach zwemmen we in de meest woeste golven waar ik ooit in gezwommen heb. Het ligt aan de oostkant van het eiland en de golven van de Atlantische oceaan beuken hier tegen de kust. Een heerlijke maaltijd in "the Cotton House" maakt deze dag een met een gouden randje.

19 feb. Vertrekken Henny en Mirjam met een mini vliegtuigje naar Barbados om vervolgens weer naar Nederland te vliegen. Het vliegveld is niets meer dan 1 landingsbaan en een "terminal" opgetrokken uit bamboe met een plaggen dak. Weer eens wat anders dan Schiphol.
‘s Middags vertrekken we met als bestemming St.Lucia.

In het Bequia Channel staan huizenhoge golven en deze maken een snelheid boven de 7 knopen. Onmogelijk. De kinderen worden zeeziek en als blijkt dat de voorluiken niet goed sluiten is voor mij de lol er af. Dit heeft niets meer met zeilen te maken maar puur met zoveel mogelijk schadevrij verplaatsen van A naar B. We besluiten af te vallen en een tussenstop te maken op St. Vincent in Wallilabou bay. De volgende dag is de tocht naar St. Lucia een makkie.

Hierperdepiep IV voor Pieter


Op Petit Saint Vincent viert Pieter zijn wens verjaardag; barbecue op het strand met marshmallows en fakkels. Henny levert culinaire hoogstandjes met lokaal aangeschafte langoesten en tonijn, dat worden een paar balans dagen als ze weer naar huis zijn. Via Union Island varen we naar Mustique, ook nu weer de wind pal op kop. Even wennen na al dat "down wind" zeilen.
Mustique is een privé eiland met 90 huizen en twee prachtige hotels. We ankeren recht tegenover Basils bar, een van de 10 mooiste bars van de wereld. Klinkt goed hè? Het was ook goed. Dit is het eiland voor de rich and famous en we krijgen te horen dat Mick Jagger en Tommy Hillfiger op het eiland zijn. Hugh is net vertrokken maar zijn aanwezigheid is nog voelbaar. Dit straalt natuurlijk ook een beetje op ons af. Het enige nadeel van deze glitter en glamour is dat ik ineens weer aandacht aan mijn uiterlijk moet gaan besteden. Een kritische blik in de spiegel vertelt mij dat dit wel wat aandacht kan gebruiken. Mijn ogen hebben de laatste maanden geen mascara gezien en over mijn haar wil ik al helemaal zwijgen.

Henny en Mirjam aan boord

Nadat Jeroen en Tineke vetrokken zijn komen Henny en Mirjam aan boord. Leuk voor hen dat ze zich nu meer kunnen voorstellen bij het leven wat Sjors het laatste jaar heeft geleid. Hij is momenteel in Nederland en loopt stage. Erg wennen om na een halfjaar zonder schoenen en kleren rondgelopen te hebben nu strak in het pak een hele dag achter een bureau te moeten zitten. 6 april monstert hij weer aan.

Na de lokale bbq op Hog Island te hebben genoten, vertrekken we op maandag naar Carriacou. Niet alleen Omi, maar ook Mirjam en Henny moeten aan de zee en de golven geloven. De wind staat pal op kop als we Grenada verlaten en het is een hobbelige tocht naar Carriacou. Mirjam wordt ondanks de wonderpillen die ze geslikt heeft ziek en ook Robin blijft niet helemaal fris. Gelukkig is het is de moeite meer dan waard. Snorkelen op Sandy Island is prachtig en nu is het nog maar een klein eindje naar Petit St. Vincent.

01 februari 2008

Albert Heijn is overal


Het maakt niet uit in welk land of stad we zijn, de plaats waar we boodschappen doen noemen de kinderen de "Albert Heijn". Of het nu een hypermercado in Spanje is, een soek in Marokko of een drijvende pieremechochel van een van de boot boys.

Deze laatste dobberen rond in alles wat drijft en varen zo snel mogelijk naar de schepen die een baai invaren om te ankeren. Ze leveren alles wat je nodig hebt en als ze het niet aan boord hebben brengen ze het later. Als je niets nodig hebt bieden ze aan je boot te wassen of de vuilnis weg te brengen. Hun namen spreken tot de verbeelding; Mr. Wonderfull, Quality of Fabulous. Fabulous is het zeker: zelfs verse kreeften en yellow fin tuna's behoren tot hun assortiment.

Net als in de reisgids



Van St. Vincent varen we naar Becuia en de Tobago Cays. Bij het naderen van de eilanden wordt het water azuurblauw. We kunnen de bodem zien terwijl we toch 8 meter onder de kiel hebben. Tussen de riffen door varen we naar binnen. Het ziet er hier uit als een pagina uit een reisgids en het water is net een zwembad, warm en kraak helder. We ankeren voor het Horse shoe reef. Als we goed en wel liggen gaan we meteen snorkelen om te zien of de beloofde zeeschildpadden hier rondzwemmen. En jawel ze zijn er! Wat een bijzonder gezicht! De term "live slow" lijkt door hen uitgevonden te zijn. Op hun dooie gemakje grazen ze de zeebodem af en af en toe zwemmen ze in slow motion naar boven om een hapje lucht te nemen.
Duiken doen we ook. Dankzij Moeder Magda kunnen Jan en ik samen gaan en jeetje wat is dat genieten om even niet bereikbaar te zijn voor mensen onder de twaalf. Het valt niet altijd mee om twenty four seven vier kinderen om je heen te hebben hoe lief ze ook zijn. Onder water is het net zo prachtig als er boven. We zien twee adelaarsroggen die als ruimteschepen voorbij zweven en een barracuda die iets minder enthousiast is over ons bezoek dan wij. Hij houdt ons scherp in de gaten klaar om ons uit zijn territorium te verjagen.
Union Island is het meest oorspronkelijke eiland van dit gebied. Met een soort open jeep busje verkennen we het eiland en genieten we van de prachtige vergezichten.

Op 19 november arriveren we in Grenada. Hier treffen we Jeroen en Tineke, de tweede in onze rij Caribische bezoekers. Los van het feit dat het heerlijk is dierbaren weer te zien is het ook een goede manier schatten uit Nederland te krijgen zoals natte boemboe's, allergiepillen en Nederlandse boeken.

Grenada is mooi, veel meer ontwikkeld dan 13 jaar geleden maar nog steeds met een heel eigen sfeer en relaxte mensen. Pieter kan hier toe geven aan zijn tennisverslaving en krijgt 5 keer per week tennisles. Na eerst vijf dagen in de marina gelegen te hebben liggen we nu in een prachtige baai met een onbewoond eiland en een Robinson Crusoe hutje. Hier treffen we ook de Roxanne, de Fuerte en de Jigsaw. Erg leuk om elkaar elke keer weer tegen te komen. 's Nachts is het donker en stil en, heel belangrijk er zijn hier bijna geen muggen!

Op zondag is hier traditiegetrouw een barbecue voor cruisers en locals. Helaas ontbreken deze zondag de locals vanwege een zeilregatta maar cruisers zijn er wel en het is erg gezellig. Je zou bijna denken dat het normaal is met je kinderen over de zeeën te zwalken, zoveel mensen met kinderen zijn hier. Het bevalt ons zo goed dat we besluiten hier voorlopig nog even te blijven.